Artikel Parcivalius Parceval Perseval - Filosofisch Realisme en de Boslandschappen, vergezichten van schrijver en Meester-landschapschilder Jan G. Marque
Onderzoeksvoorstel PhDArts Universiteit.
Filosofisch Realisme, een kunstvorm die met onderzoek tot kunst leidt - Jan G. Marque.



Academische referenten die dit onderzoeksvoorstel steunen:
    1. Ir. C.M.L., Nederland
      Hij is tevens een Bachelor student Algemene Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit, faculteit algemene cultuurwetenschappen en recht.

    2. B.M., PhD, Nederland
      Professor of Economics & Philosophy
      Hij heeft ook verschillende publicaties over kunst en economie gepubliceerd en maakte deel uit van een accreditatiepanel van een Nederlandse kunstacademie.

    3. E.M., PhD, Canada
      Professor Film Studies

Door het inleveren van dit voorstel verklaar ik dat het eigen werk is en dat het vrij is van plagiaat.



Inhoudsopgave:.

1. Filosofisch Realisme, een kunstvorm die met onderzoek tot kunst leidt
2. Onderzoeksvoorstel




1. Filosofisch Realisme, een kunstvorm die met onderzoek tot kunst leidt

1.1 Samenvatting

Zonder na te denken over methoden, terminologieën of opvattingen, heb ik in het begin van mijn kunstenaarschap de basis gelegd voor een kunstvorm die binnen een onderwerp woord en beeld combineert en die over de jaren zou uitgroeien tot wat het nu is. Een vorm van kunst waarbij duidelijk wordt dat onderzoek een essentieel onderdeel van het kunstwerk zelf is. Dit is aantoonbaar met de methode van de kunstvorm en de kunstwerken die daar uit voortvloeien. Zonder research geen kunst!

De kunstvorm bestaat uit twee delen en gebruikt klassieke middelen: woord en beeld. Aan de ene kant een met olieverf realistisch geschilderde voorstelling op linnen, het schilderij, waarin beeldsymboliek zit verwerkt. En aan de andere kant een onderschrift, bestaande uit woordsymboliek. De definities van deze woord- en beeldsymboliek verwijzen naar het onderwerp. Het onderwerp, als uitgangspunt gebruikt en uitgewerkt, wordt zelf niet uitgebeeld of benoemd. Het onderwerp bevindt zich als het ware buiten het kunstwerk. De betekenis en de waarde van het denkproces vormen de grondslag van deze kunstvorm, die vanaf het jaar 2000 filosofisch realisme heet.

Doel van dit onderzoek is om door het centraal stellen van de verdere ontwikkeling van de kunstvorm filosofisch realisme, inzicht te verkrijgen in de relatie die het heeft met andere kunstvormen in het algemeen en emblemata kunst en conceptuele kunst in het bijzonder. Tevens kan door het onderzoek inzichtelijk worden gemaakt of de emblemata kunst als voorloper van de conceptuele kunst en filosofisch realisme beschouwd kan worden. Tenslotte zal het onderzoek van invloed zijn op de verdere ontwikkeling van de kunstvorm filosofisch realisme.


Terug naar inhoudsopgave




1.2 Een korte geschiedenis

De kunstvorm is niet ter plekke verzonnen of uitgedacht. Het was niet meer dan een verbazing toen ik zo rond mijn 16e jaar in de bus zat en tegen het residu aankeek van een sticker met daaronder een reclamebordje. Hoe meer ik naar het residu keek, hoe meer er zich een beeld in mijn gedachten vormde. Toen ik zijdelings naar de tekst op het bordje keek, merkte ik dat dit invloed had op mijn gedachten en op wat ik als beeld in het residu zag. Deze ervaring liet me niet meer los.
Twee jaar later begon ik potloodtekeningen te maken met teksten er onder om te zien wat het met mensen deed als ze hiermee geconfronteerd werden. Nog twee jaar later maakte ik mijn eerste pentekeningen met een doordacht kort onderschrift.
Eind 1996 zette ik deze al wat verder ontwikkelde kunstvorm om in olieverf met een langer onderschrift, waarbij het onderwerp zo nu en dan gewoon werd benoemd.
Hoewel het goed kunnen beschrijven van de kunstvorm me nog vele jaren gekost heeft, kreeg de kunstvorm medio 2000 de gestalte die het nu nog steeds heeft.

In het begin van mijn kunstenaarschap, rond 1990, noemde ik in gesprekken en discussies met mensen mijn werk "filosofie in woord en beeld." Een kunstwerk, ontstaan door de samenvoeging van wat ik 'woord- en beeldgedachten' noemde, een middel om mensen aan te sporen na te denken. Mensen noemden mijn werk bijvoorbeeld surrealisme, magisch realisme, symbolisme, of meta-realisme. Ik was zoekende naar wat voor kunst ik nu eigenlijk maakte en ging steeds weer opnieuw op onderzoek uit. Mijn conclusie was dat geen enkele andere kunstvorm die ik onderzocht hetzelfde was als mijn kunstvorm.

Vanaf dat moment wilde ik gaan nadenken over methoden, terminologieën of opvattingen in relatie tot mijn kunstvorm en begon er een continuerende zoektocht van communiceren, formuleren en inkaderen. Ik deed onderzoek om te kijken wat mijn kunstvorm niet was, om er vervolgens mondjesmaat achter te komen wat het wel was.
Tien jaar later veranderde ik de naam van de kunstvorm na alle ervaringen en bij gebrek aan een betere naam in "filosofisch realisme". Het woord realisme voor de stijl van schrijven en schilderen, en het woord filosofie voor het aansporen tot nadenken over een onderwerp d.m.v. woord en beeld.

Een Filosofisch Realistisch kunstwerk kan door de waarnemer drieledig benaderd worden:
    1. Alleen aanschouwen en genieten van het schilderij.
    2. Alleen lezen en genieten van het onderschrift.
    3. Het onbekende onderwerp zoeken.
Met de kennis van de werking van de kunstvorm, kan men aan de hand van de betekenissen van woord- en beeldsymboliek, die verborgen liggen in het schilderij en het onderschrift, gaan zoeken naar het onderwerp.
Het onderwerp zoeken doe je door de betekenissen van woord- en beeldsymboliek te vinden in het onderschrift en schilderij om ze daarna samen te voegen. Het onderwerp van een Filosofisch Realistisch kunstwerk ligt immers buiten het kunstwerk en wordt niet gewoon uitgebeeld of beschreven.

Interactie die door het doorgronden van woord en beeld ontstaat, kijken en lezen, is een middel om tot het onderwerp door te dringen. Het zich bevinden op de weg naar het onderwerp toe, het prikkelen, zoeken, voelen, denken en de bewustwording tijdens het gedachtenproces, is de kunstbeleving die ik de aanschouwer wil laten ondergaan. Dit is belangrijker dan het eventueel vinden van het onderwerp.

Aangezien het onderwerp niet bekend is zal het effect van het lezen en kijken zijn, dat de aanschouwer eerst participant van het bestaande kunstwerk wordt en vormt dit in gedachten om tot een ander, persoonlijk, reflectief en communicatief kunstwerk, of dat de op gang gebrachte gedachtegangen de kunst(handeling) is.


Terug naar inhoudsopgave




1.3 De aanschouwer en de kunstvorm

Mensen laten me vaak weten dat ze de kunstvorm interessant en bijzonder vinden. Bij navraag waarom, wordt steeds hetzelfde patroon zichtbaar.
Door de combinatie van afwisselend kijken en lezen, initieert de kunstvorm voor de aanschouwer die zich openstelt voor het kunstwerk tegelijkertijd een bewust en onbewust proces van voelen en nadenken. Naar gelang het uitgewerkte onderwerp van het kunstwerk en wie de persoon is, resulteert dit in steeds weer een andere ervaring met andere reacties.
Vraag een willekeurige kunstenaar naar de achtergrond van zijn kunstwerk en hij zal in de meeste gevallen het onderwerp met je bespreken waaraan het kunstwerk refereert. Het onderwerp dient in deze gevallen als uitgangspunt voor de reflectie van het kunstwerk. Juist doordat het onderwerp bij het filosofisch realisme niet bekend wordt gemaakt als het kunstwerk af is, geeft het de aanschouwer de vrijheid om aan de hand van de eigen kennis en ervaring een eigen invulling te geven en om tot betekenisvorming te komen.


Terug naar inhoudsopgave




1.4 Het onderschrift

Het onderschrift van het schilderij, het woord, is geen titel. Bij filosofisch realisme zijn de woorden onder de afbeelding een verwijzing naar het onderwerp. Het onderschrift kan bestaan uit een zin of een stuk tekst.


Terug naar inhoudsopgave




1.5 Het beeld

Het schilderij is opgebouwd uit een achtergrond waarin beeldsymbolen geschilderd zijn die verwijzen naar het onderwerp. De achtergrond is niet statisch en kan per schilderij verschillen. Zolang er met het ontwerpen rekening wordt gehouden met de nog te plaatsen beeldsymboliek kan het zelfs een totaal afwijkende kunstuiting bevatten, zoals bijvoorbeeld mijn onderzoek van "Lijnen en Licht theorie" (zie De visuele lijnen in de natuur als basis voor een lijnentheorie binnen de kunstvorm Filosofisch Realisme.), of de lichtstudies voor mijn huidige landschappen. Zo kan een donker vlak al voldoende zijn om een beeldsymbool tot uitdrukking te laten komen, mits het realistisch geschilderd is.
Vanaf 2004 gebruik ik landschappen als achtergrond. Ze passen binnen de kunstvorm als achtergrond voor de beeldsymbolen, ik kan er mijn lichtstudies mee maken en deze eventueel uitwerken tot een eindresultaat en het stelt me tevens in staat om zelfstandige voorstellingen te kunnen aanbieden voor mensen die alleen op zoek zijn naar een schilderij voor boven de bank. Een perfect medium als vertegenwoordiging voor mijn cultureel ondernemerschap.


Terug naar inhoudsopgave




1.6 Het onderwerp

Ieder kunstwerk heeft een onderwerp als uitgangspunt. Het onderwerp kan van alles zijn en verschilt per kunstwerk. Het kan een globaal onderwerp zijn, maar ook een specifiek onderwerp.
Om dit onderwerp uiteindelijk te kunnen uitwerken in woord en beeld doe ik onderzoek.
Ook al wordt het onderwerp zelf niet uitgebeeld of benoemd, het ligt tenslotte buiten het kunstwerk, moet ik het voor mezelf wel als uitgangspunt nemen. Welk onderwerp gekozen wordt is belangrijk, want dit bepaalt voor een groot deel hoe de woord- en beeldsymboliek uitgewerkt gaat worden en wat voor weerslag dat zal hebben op het totale kunstwerk en de reacties daarop.
Mijn onderzoek is geen research over kunst, maar research wat tot kunst leidt.


Terug naar inhoudsopgave




1.7 Fascinatie voor licht

Mijn schilderijen zijn tevens mijn lichtstudies. Ze komen voort uit mijn fascinatie voor licht en de bijbehorende reflecties. Het is het spelen, zoeken, combineren en experimenteren van licht, en dat omzetten in realistisch geschilderde achtergrondvoorstellingen in olieverf op linnen. Het is een zoektocht en ontwikkeling die grotendeels op zichzelf staat, los van de kunstvorm. Ik besteed er uren per week aan. Ieder schilderij is een uiting van één van die lichtstudies, waar theorie en praktijk samenkomen. Was ik tot 2015 nog op zoek naar vooral heldere contrasten, nu zijn het clair-obscur lichtstudies die tot landschap uitgewerkt worden.


Terug naar inhoudsopgave




1.8 De aanschouwer en het 'onbekende' binnen de kunstvorm

Door het gebruik van klassieke middelen voor de kunstvorm, benadert de gemiddelde aanschouwer die niet op de hoogte is van de methode van de kunstvorm filosofisch realisme, het kunstwerk in eerste instantie alsof het om iets bekends gaat. Een goed geschilderd schilderij met iets wat lijkt op een titel of een verhaaltje eronder. Maar de aanschouwer wordt zich er langzaam van bewust dat er meer aan de hand is, dat het schilderij en de tekst toch niet zo bekend voorkomen als verwacht. En met deze gedachtegang, waarin een menging optreed van enige verbazing, maar zeker interesse, betreedt hij, wellicht zonder het te weten, het onbekende pad in een spel wat nadenken heet. Een pad wat hem door het aangereikte woord en beeld, nog verder zal afbrengen van het bekende. Dit is mogelijk omdat woord en beeld uitgaan van een onderwerp wat niet zichtbaar is. Daarnaast zijn woord en beeld zo samengesteld dat ze een interactie zullen vormen waarbij de eigen kennis en ervaring van de aanschouwer gaat meespelen.
En hoe verder de aanschouwer zich mee laat slepen op dit onbekende pad van woord en beeld, des te verder ligt het bereik van het bekende. Want niets is wat het lijkt binnen een filosofisch realistisch kunstwerk.


Terug naar inhoudsopgave




1.9 De balans tussen gevoel en verstand bij de creatie van een kunstwerk

Het zoeken en de uiteindelijke keuze voor een onderwerp, het schrijven van het onderschrift zelf, het onderzoek naar en de uiteindelijke keuze voor de beeldsymbolen, met inachtneming dat het onderwerp niet uitgebeeld of genoemd wordt, zorgen ervoor dat mijn intellectuele kant bevredigd wordt.
Maar zodra ik mijn palet samenstel voor de nog te schilderen lichtstudie of het landschap, of wanneer mijn penseel het doek raakt, verdwijnt alle theorie naar de achtergrond. Dit doen, met het oog van de colorist en het gevoel van een poëet samen, zorgt ervoor dat mijn intuïtieve, sensitieve kant bevredigd wordt.
Op deze wijze ontstaat er een perfecte balans tussen gevoel en verstand bij de creatie van een kunstwerk. Dit heeft zijn duidelijke weerslag in de hoge kwaliteit van het kunstwerk.


Terug naar inhoudsopgave




1.10 De kunstenaar Jan G. Marque

Voordat ik het besluit nam om me definitief aan te melden voor PhDArts, stelde ik mezelf eerst drie belangrijke vragen; 'Waarom wil ik het onderzoek doen?', 'Wat denk ik te bereiken met het onderzoek?', en 'Welke kwaliteiten bezit ik om het onderzoek doen?'.

Terug naar inhoudsopgave




1.10.1 - Waarom wil ik het onderzoek doen

(Alinea 1 is vanwege privacygevoelige informatie alleen beschikbaar voor een promotiecommissie.)

Als rode draad loopt de kunst hier doorheen. In mijn jeugd was er een buurvrouw die zich over mij ontfermde. Zij en haar man hadden gestudeerd en waren cultuur-lievend. Tussen mijn vijfde en twaalfde jaar, daarna zijn we verhuisd, hebben zij me een basis gegeven. Ik leerde o.a. zelfstandig nadenken, gesprekken voeren, tekenen, schilderen, schaken en zelfs projectie- en perspectieftekenen. Dankzij hun steun kreeg ik toen ik elf jaar was mijn eerste solo-expositie met potloodtekeningen in een winkel in het dorp waar we woonden.
Het was die steun en erkenning wat er voor gezorgd heeft dat ik ben blijven tekenen en waarnemen. Hierdoor kreeg mijn 'lijnen en licht theorie,' gestalte toen ik dertien jaar oud was. Een theorie waar ik daarna meer dan twintig jaar mee bezig ben geweest. Dit is mede te danken aan deze basis.

Ik heb mijn professionele artistieke praktijk vanaf 1989 zelfstandig en met hard werken, zelfdiscipline en doorzettingsvermogen moeten ontplooien en opbouwen. De PhDArts is voor mij een ultieme kans. (Alinea 3 is verder vanwege privacygevoelige informatie alleen beschikbaar voor een promotiecommissie.)
Mijn kunstvorm is vanwege zijn constante ontwikkeling nog steeds gebaat bij een constructieve dialoog. Op welke wijze kan ik dan beter input en reflectie halen voor verdere ontwikkeling, dan uit een brede academische invloed.
Met het goed doorlezen van de kwalificaties die gesteld worden aan een kandidaat voor PhDArts (Bron 1) , zag ik direct dat mijn persoonlijke en artistieke kenmerken hierin worden aangeduid.
Als laatste is het me ook te doen om de interactie met andere studenten van het programma. Door deel te nemen met mijn eigen onderzoek kan ik ook een bijdrage leveren aan PhDArts door mijn eigen kennis en ervaring te delen met anderen.


Terug naar inhoudsopgave




1.10.2 - Wat denk ik te bereiken met het onderzoek

Met PhDArts zal ik de kans krijgen om nieuwe wegen te bewandelen met betrekking tot de ontwikkeling van mijn kunstvorm. Het zal mogelijk worden andere invalshoeken te gaan bekijken en te onderzoeken, zoals bijvoorbeeld door het publiceren van artikelen, het bezoeken van en deelnemen aan seminars en conferenties, het ontmoeten van nieuwe mensen uit een bepaald vakgebied. Maar ook om nieuwe dingen te ontdekken door feedback te krijgen, of iets nieuws te leren. Door bijvoorbeeld de praktische experimenten en het theoretisch onderzoek, de publieke presentaties, of door discussieparticipant te zijn in projecten van anderen.
Ik ben dan ook erg gedreven en benieuwd tot welk argumentatief betoog en nieuw kunstwerk dit uiteindelijk zal leiden.


Terug naar inhoudsopgave




1.10.3 - Welke kwaliteiten bezit ik om het onderzoek doen

Het PhDArts programma (Bron 1) laat zien dat kandidaten over bepaalde kwaliteiten moeten beschikken. Wat ik als aanwinst voor het programma kan bieden zijn onder andere mijn persoonlijke kenmerken, mijn ervaringen (Alinea 1 is verder vanwege privacygevoelige informatie alleen beschikbaar voor een promotiecommissie.)

Laat ik een aantal kenmerken noemen: creatief, zowel sensitief als pragmatisch, analytisch, gedreven, interesse in de kunst en wetenschap, doorzettingsvermogen, aanleg om zelfstandig en in groepsverband te functioneren in een interdisciplinaire en internationale omgeving, leiding te geven, in staat om problemen op te lossen, bezit van sterke communicatieve vaardigheden in combinatie van het in staat zijn om vragen te formuleren en deze te durven stellen.

Aan de hand van de informatie die ik over PhDArts (Bron 1) gelezen heb, kan ik het punt 1.10 als volgt samenvatten: Het is mijn streven om met mijn persoonlijke en artistieke kwaliteiten en processen, een open discursief en reflectief traject te betreden, om de samenhang tussen de gelijkwaardige schriftelijke en beeldende componenten die op het resultaat betrekking hebben, inventariserend, analyserend en begrippenvormend te beredeneren en te motiveren, om de onderlinge verhouding uiteindelijk als eenheid te kunnen presenteren als eindproduct.


Terug naar inhoudsopgave




2. Onderzoeksvoorstel

2.1 - Inleiding

Uit het PhDArts curriculum en de bijbehorende kwalificaties (Bron 1), wordt onder andere duidelijk dat aan het eind van het programma de uitkomsten van het theoretisch en praktisch onderzoek nieuwe inzichten moet bieden voor zowel mijn eigen werk, alsook voor de kunst in bredere zin. Tevens moet het eindproduct genoeg invalshoeken bieden en ervaring opleveren, om samen met de praktische experimenten een nieuw kunstwerk te produceren dat als schriftelijk en beeldend reflectief eindproduct kan dienen. Het onderzoek moet daarnaast ook bijdragen aan de kennis over kunst en het internationale discours op het gebied van onderzoek.
Met deze informatie ben ik aan de slag gegaan.

De kunstvorm filosofisch realisme staat vooralsnog op zichzelf en is niet gebaseerd op andere kunstvormen. Na het filosofisch realisme tot een basis gevormd te hebben tussen de jaren 1984 en 1996, is de verdere ontwikkeling ervan meestal ingegeven door onderzoek naar andere kunstvormen. Door er achter te komen wat filosofisch realisme niet is, kreeg ik langzamerhand een beter inzicht in wat het wel is. Dit gaf me de mogelijkheid om het beter te kunnen omschrijven, wat weer tot gevolg had dat ik de kunstvorm verder kon ontwikkelen.
Onderzoek naar andere kunstvormen is dus een belangrijke bron gebleken van de verdere ontwikkeling van filosofisch realisme. Deze weg wil ik graag voortzetten.

Het totale onderzoek voor de verdere ontwikkeling van de kunstvorm filosofisch realisme zal uit een theoretisch- en een praktisch deel bestaan. Hierdoor zal een verdere ontwikkeling van de kunstvorm mogelijk worden, met een nieuw te produceren kunstwerk, dat als een schriftelijk en beeldend reflectief eindproduct kan dienen, in het verschiet.


Terug naar inhoudsopgave




2.2 Theoretisch onderzoek

In mijn eerdere onderzoeken naar andere kunstvormen lag de nadruk vooral op de verschillen blootleggen tussen deze kunstvormen en het filosofisch realisme. Ik hoefde op deze momenten immers alleen te kijken of filosofisch realisme een onderdeel vormde van de onderzochte kunstvormen, of dat het als kunstvorm er buiten viel.
Ik wil nu vooral de overeenkomsten gaan onderzoeken. Dit zal me niet alleen in staat stellen om de kunstvorm filosofisch realisme verder te ontwikkelen, maar ook om nieuwe onderwerpen te ontdekken die waardevol kunnen zijn voor de kunst in het algemeen.

Ik wil de verdere ontwikkeling van de kunstvorm filosofisch realisme centraal stellen in mijn onderzoeksvoorstel. Hierdoor wordt het mogelijk om drie vragen te formuleren:

    1. Wat is de relatie die de kunstvorm filosofisch realisme heeft met andere kunstvormen in het algemeen?

    2. Wat is de relatie die de kunstvorm filosofisch realisme heeft met de emblemata kunst en conceptuele kunst. Twee kunstvormen waarbij ook de betekenis en de waarde van het denkproces een belangrijke rol spelen.

    3. Kan ik inzichtelijk krijgen of de emblemata kunst als voorloper van de conceptuele kunst en filosofisch realisme beschouwd kan worden?

Door het inzichtelijk maken van bovenstaande vragen zal invloed worden uitgeoefend op de kunstvorm filosofisch realisme. Men kan daarbij denken aan het bijdragen aan een nog betere beschrijving van de kunstvorm, wat mij als kunstenaar de mogelijkheid geeft om de kunstvorm nog beter te definiëren en zo verder te ontwikkelen. Het is daarnaast niet uit te sluiten dat de inzichten van het theoretische onderzoek er voor zorgen dat ik aspecten uit de emblemata kunst of conceptuele kunst ga integreren in het filosofisch realisme.
Als onderdeel en verdere verdieping van het theoretische onderzoek wil ik ook de methode, de betekenis en de waarde van het denkproces in kunstwerken die ontstaan zijn uit de emblemata kunst en conceptuele kunst onderzoeken. Het gaat om het werk van twee individuele conceptuele kunstenaars; Marcel Duchamp (1887-1968) en Joseph Beuys (1921-1986) en om het werk van twee emblematici; Roemer Visscher (1547-1620) en Michael Maier (1568-1622).
Daarnaast wil ik een aantal hedendaagse conceptuele kunstenaars ontmoeten die me meer kunnen vertellen over de methode, de betekenis en de waarde van het denkproces in hun eigen werk. Ook zou ik graag een emblematicoloog ontmoeten die me kan bijstaan met betrekking tot de methode, de betekenis en de waarde van het denkproces in de emblemata kunst.

Kijk ik mede naar andere gemeenschappelijke factoren die bij het denkproces in deze kunstvormen betrokken zijn, dan kom je al snel uit op de leer van de zintuiglijke waarneming, de esthetica en de wetenschap die de voorstellingen van kunstwerken beschrijft, de iconografie. Deze twee onderwerpen zullen interessant zijn om mee te nemen in het onderzoek.

Ik begin met de vraag wat de relatie is die de kunstvorm filosofisch realisme heeft met andere kunstvormen in het algemeen.


Terug naar inhoudsopgave




2.2.1 Onderzoek naar de relatie tussen filosofisch realisme en andere kunstvormen

Door inzichtelijk te maken wat de relatie is die de kunstvorm filosofisch realisme heeft met andere kunstvormen in het algemeen, wordt het mogelijk een aantal kunstvormen te vinden die directe overeenkomsten vertonen met filosofisch realisme. Met name die kunstvormen waarbij ook het denkproces een belangrijke rol is toebedeeld zullen van belang zijn voor het onderzoek. Men kan daarbij denken aan de kunstvormen emblemata kunst en conceptuele kunst.


Terug naar inhoudsopgave




2.2.2 Onderzoek naar emblemata kunst

In 2012 heeft een neerlandicus in een dialoog naar aanleiding van het definiëren van de kunstvorm geopperd dat filosofisch realisme emblemata kunst is. Dit was de eerste keer dat er een kunstvorm genoemd werd waarbij het denkproces een grote rol speelt en vergeleken werd met filosofisch realisme. Ook al is duidelijk geworden na mijn vergelijkend onderzoek, dat ook emblemata kunst veel verschillen vertoont met filosofisch realisme, werd ik me wel bewust van iets heel cruciaals. Woord en beeld worden in beide kunstvormen als middel ingezet om een denkproces te starten in een proces van bewustwording. Een kenmerk dat ik ook kende van de conceptuele kunst. Ik was iets op het spoor.
Er bestaan naast filosofisch realisme nog twee verschillende kunstvormen, emblemata kunst en conceptuele kunst die, weliswaar met andere middelen ten opzichte van elkaar, een denkproces initiëren bij de aanschouwer, waarbij de bewustwording van een onderwerp een belangrijke rol is toebedeeld.
Met dit uitgangspunt in gedachten ging ik verder op onderzoek uit.

Om een beeld te krijgen van emblemata kunst ben ik in de eerste plaats gaan zoeken op het internet. Wat opvalt is dat de methode van emblemata kunst in het algemeen ruimschoots en in detail omschreven staat, maar dat er over het denkproces en bewustwording binnen de kunstvorm weinig informatie beschikbaar is. Op de website van kunst-en-cultuur.infonu.nl (Bron 2) is onder andere het volgende te vinden over emblemata kunst.

Een emblema, embleem of 'zinnebeeld' is een kleine afbeelding (pictura) met daarboven een motto en daaronder een (kort) gedicht als verdieping, subscriptio genaamd.
De betekenis van het embleem werd bepaald door de combinatie van de drie afzonderlijke onderdelen van het embleem. De nieuwsgierigheid van de lezer wordt vaak geprikkeld door het motto en de afbeelding, de subscriptio dient ter verdieping.

Op de website van static.digischool.nl (Bron 3) is meer te lezen wat kan duiden op het denkproces in de emblemata kunst:

De embleemschrijver kent betekenissen toe aan beelden en beelden aan betekenissen. Zijn doelstelling daarbij is daarbij is [Sic] de overreding. Zonder zijn keuze betekenen de sneeuw en de kerkhaan volstrekt niets.
Het beeld werkt via het krachtigste zintuig, het oog, bijzonder diep in op het geheugen. Beelden versterken en bewaren de boodschap. Zij vergemakkelijken en veraangenamen bovendien het communicatieproces, zeker in situaties waarin de boodschap een 'ethisch appel' bevat of een beroep doet op een inspanning.
Emblemen dienen de kunst van het geheugen: ze verschaffen hun gebruikers een arsenaal van beelden die betekenissen bewaren én een methode om zelf betekenissen met beelden te verbinden.

In de hoop nog meer informatie over het denkproces en bewustwording in de emblemata kunst te kunnen vinden, heb ik het boek: 'Inleiding tot de Nederlandse emblemaliteratuur,' van K. Porteman (Bron 4) gelezen. Ook in dit boek staan geen directe aanwijzingen, of verwijzingen, die te maken hebben met het werkelijke denkproces in de emblemata kunst.
Dit zegt wellicht iets over het verschil tussen de manier hoe wij in de huidige tijd omgaan met het denkproces in de kunst en hoe er tussen de 16e en 18e eeuw mee werd omgegaan. Alsof het denkproces in de kunst in de periode van de 16e en 18e eeuw iets zo vanzelfsprekends was, dat het niet algemeen benoemd hoefde te worden als onderdeel van kunst in het algemeen, of de emblemata kunst in het bijzonder. In ieder geval zeer de moeite waard om als punt van onderzoek mee te nemen.

De emblemata kunst ontleed.
Uit de methode van de kunstvorm emblemata kunst is af te leiden dat de kern van emblemata kunst is, om door middel van de interactie van woord en beeld een denkproces te initiëren bij de aanschouwer. Het doel is de bewustwording over een vooraf bepaald onderwerp.
Je kunt spreken over een geestelijke oefening waarbij het denkproces en de waarde hiervan een zeer belangrijke rol spelen. Woord en beeld zijn middelen om deze bewustwording van een onderwerp te realiseren.
Dit doet toch, behoudens de totaal andere middelen die gebruikt worden, behoorlijk denken aan filosofisch realisme, maar zeker ook aan een andere kunstvorm, namelijk de conceptuele kunst.


Terug naar inhoudsopgave




2.2.3 Onderzoek naar conceptuele kunst

De conceptuele kunst is een stroming die zich ontwikkeld heeft in de jaren zestig. Op de website kunst-postmodernisme.blogspot.nl (Bron 5) staat te lezen dat de conceptuele kunst is gebaseerd op de gedachte dat het denkproces wat aan een kunstwerk ten grondslag ligt, meer waarde heeft dan het kunstwerk zelf. Het kunstwerk wordt gezien als documentatie van het idee en de uitvoering is slechts een bijkomstige eindfase van het echte scheppingsproces. De conceptuele kunstenaars willen ons denken meer prikkelen dan onze ogen of emoties.
Hieronder heb ik een opsomming van deze website (Idem Bron 5) opgenomen van de hoofdkenmerken van conceptuele kunst:
  • niet de gemaakte vormen of de materie, maar ideeën en bedoelingen staan centraal
  • het idee wordt overgebracht met schetsen, het gesproken of geschreven woord
  • tekst wordt veel gebruikt
  • de uitvoering is minder belangrijk, of overbodig
  • gebruik van onconventionele materialen en media

De website kunstgeschiedenis.jouwweb.nl (Bron 6) geeft aan:
  • Het idee (concept) is belangrijker dan de uitvoering.
  • De uitvoering van "het idee" kan per keer verschillen.
  • Het Kunstwerk hoeft niet uitgevoerd te worden: met het lezen van de beschrijving van de richtlijnen kan men zich het werk in gedachten voorstellen!
  • Taal speelt een belangrijke rol in de Conceptuele Kunst.
  • In de Conceptuele Kunst staat het ervaren van kunst centraal. Het doel van conceptuele kunst is bewustwording.

De website van static.digischool.nl (Bron 3) geeft helemaal onderaan aan:
'De Amsterdamse koopman Roemer Visscher, die als stof voor zijn zinnebeelden of Sinnepoppen (1614) vaak alledaagse gebruiksvoorwerpen aanwendt, zoekt graag naar verrassende combinaties. Wat frappeert, onthoud je immers veel beter.'

Deze passage onderstreept de relatie tussen conceptuele- en emblematakunst. De koopman Roemer Visscher had in die tijd ook door dat in de kunst iemands aandacht beter te trekken is als het indruk maakt. Dus maakte hij gebruik van alledaagse gebruiksvoorwerpen om tot zijn emblemata kunst te komen. Ook de conceptuele kunst maakt vaak gebruik van alledaagse gebruiksvoorwerpen en dit maakt de verwantschap concreter.
Zelfs zo concreet, dat door het theoretische onderzoek inzichtelijk is te maken dat het denkproces en bewustwording in de emblemata kunst de eigenlijke kunst is. De gebruikte middelen van de genoemde kunstvormen zijn anders ten opzichte van elkaar, maar het denkproces en bewustwording hebben zij gemeen.
Dit is een essentieel punt. Want gaande het onderzoek zal het denkproces en bewustwording van emblemata kunst verduidelijkt kunnen worden en kan inzichtelijk worden gemaakt of de emblemata kunst als voorloper van de conceptuele kunst en filosofisch realisme beschouwd kan worden.

Dit theoretisch onderzoek, beschreven in de punten 2.2 tot en met 2.2.3, zal het schriftelijke fundament vormen voor het nog te produceren eindproduct.


Terug naar inhoudsopgave




2.3 Praktische experimenten en onderzoek

Voor de verdere ontwikkeling van filosofisch realisme vormt ook het beeldende aspect, als onderdeel van de kunstvorm, een belangrijk onderzoeksgebied. Gelijktijdig met het theoretisch onderzoek zal dan ook praktisch onderzoek plaatsvinden.
Met onderzoek en experimenten zal ik gaan zoeken naar andere benaderingen en andere toepassingen voor de kunstvorm filosofisch realisme in het algemeen en voor het beeldende aspect, het schilderij, in het bijzonder. Hierbij gaat het om buiten de kaders te denken.
Om dit te bewerkstelligen heb ik een aantal ideeën die ik verder wil onderzoeken.


Terug naar inhoudsopgave




2.3.1 Filosofisch realisme en de publieke ruimte

Het naar buiten treden met de kunstvorm gebeurt op dit moment door het exposeren van een schilderij voor de beeldsymboliek en een map waarin de woordsymboliek beschreven staat. Dit is geen optimale manier van exposeren, aangezien woord en beeld teveel van elkaar gescheiden zijn. Ik wil onderzoek doen naar een manier om de kunstvorm filosofisch realisme beter te betrekken bij de publieke ruimte. Men kan daarbij denken aan het zoeken naar een andere manier van presenteren van de kunstvorm, waarbij er geen afbreuk wordt gedaan aan de gebruikte middelen schrijven en schilderen.
Praktische experimenten zullen moeten uitwijzen welke manier het meest geschikt is. Daarnaast kan worden gekeken of deze nieuwe manier te realiseren is in de publieke ruimte.

Onderzoeksvoorstel PhDArts Universiteit en de publieke ruimte
Voorbeeld A. Detail van een bestaand kunstwerk.

Het is bijvoorbeeld mogelijk om het landschap dusdanig te ontwerpen dat het onderschrift geprojecteerd kan worden op een gedeelte van het schilderij (Voorbeeld A). Dit geldt, vanwege de beperkt beschikbare ruimte die overblijft voor eventuele tekst binnen een landschapsvoorstelling, alleen voor korte onderschriften. Op deze wijze uitgevoerd is het wel zo dat woord en beeld tegelijkertijd op één vlak afgebeeld kunnen worden.

Er lijkt ook een andere oplossing te bestaan om beeld en tekst naast of met elkaar af te beelden. Het onderschrift kan deels op het schilderij op de muur en deels op de grond geschilderd of geprojecteerd worden (Voorbeeld B). Deze keuze is geschikt voor zowel de korte als de langere onderschriften.

Onderzoeksvoorstel PhDArts Universiteit en Bezoekers in de publieke ruimte
Voorbeeld B. Het perspectief van de tekst in het voorbeeld is aangepast voor de leesbaarheid.

Beide bovenstaande opties passen nog steeds binnen de huidige methode, waarin woord en beeld ook los van elkaar kunnen worden aanschouwd. De projector kan worden aan of uitgezet en de tekst op de grond, geprojecteerd of geschilderd, kan los van het schilderij gelezen worden.


Terug naar inhoudsopgave




2.3.2 Bezoekers in de publieke ruimte als deelnemer van een filosofisch realistisch kunstwerk

De middelen voor een filosofisch realistisch kunstwerk zijn tot op heden kleinschalig. Een schilderij is niet groter geweest dan het formaat 120x160cm en een map voor de woordsymboliek is altijd al van het formaat A4 geweest. Voor PhDArts wil ik iets ander doen.
Ik wil een filosofisch realistisch kunstwerk ontwerpen speciaal voor de publieke ruimte, waarin de bezoekers zelf gaan deelnemen. Ook in dit geval zal er rekening mee worden gehouden dat er geen afbreuk gedaan wordt aan de gebruikte middelen schrijven en schilderen. Daarnaast wil ik de mogelijkheid onderzoeken om dit project te realiseren.

Een goed voorbeeld :

Onderzoeksvoorstel PhDArts Universiteit en Expositie Filosofisch Realisme Jan G. Marque
Voorbeeld C. Ruimtelijke Impressie filosofisch realistisch kunstwerk openbare ruimte.

Het filosofisch realistische kunstwerk speelt zich af in een grotere zaal. Aan de ene kant van de ruimte zijn tegen de muur zitplaatsen ingericht en aan de andere kant van de ruimte is op de totale muur een groot realistisch landschap geschilderd. Hier bevindt zich zonder deuren ook de toegang tot deze ruimte, waar mensen doorheen kunnen komen. In de sluis vanuit de ernaast liggende ruimte is ook een muur met een gedeelte van het landschap dat weggevallen is door de ingang.
De mensen die hebben plaatsgenomen op de zitplaatsen aan de andere kant van de ruimte zien in de eerste plaats een groot geschilderd landschap aan de overkant van de ruimte. Als er vervolgens nietsvermoedende mensen vanuit de andere ruimte door de sluis de ingang betreden, kunnen de zittende mensen aanschouwen hoe er mensen uit het schilderij komen wandelen. De wandelende mensen zijn beeldsymbolen, als onderdeel van het kunstwerk. Als de zittende mensen vervolgens de tekst lezen op het bordje wat voor hen geplaatst is, of de tekst die op de grond geprojecteerd of geschilderd is, een verwijzing naar het onderwerp, worden ook zij onderdeel van het kunstwerk en is het kunstwerk compleet. Voor interpretatievariabelen volgens de methode van de kunstvorm is natuurlijk ruimte. Alleen kijken, alleen lezen of beide.

De wandelende mensen zijn de onbewuste deelnemers. De zittende mensen zullen tijdens het lezen van de tekst bewuste deelnemers worden van het kunstwerk. De wandelende mensen kunnen vervolgens de plaats innemen van de zittende mensen, waardoor er een continuerende wisselwerking van gedachten binnen het kunstwerk plaatsvindt.

Op deze manier laat ik een voorbeeld zien van een filosofisch realistisch kunstwerk in de publieke ruimte als een uitvergroting en nieuwe kunstuiting van de methode van de kunstvorm filosofisch realisme. Zonder aanschouwer, of zonder wandelende mensen is er geen kunstwerk. Het zal de onbewuste samenwerking zijn van de aanschouwer en de onbewuste wandelaars die het kunstwerk zullen completeren. Het onderwerp moet nog worden bepaald. Deze keuze zal ook zijn weerslag hebben in hoe het geschilderde landschap aan de muur er uit zal gaan zien.


Terug naar inhoudsopgave




2.3.3 Onderzoek naar de 'beweging' in de composities van oude meesters

In veel schilderijen van oude meesters zijn composities te vinden van meerdere figuren en objecten bij elkaar die zo samengesteld zijn dat er iets ontstaan is wat je het beste kunt omschrijven als vormen van 'beweging.' Er bestaan twee schilderijen van Pieter Paul Rubens (1577-1640), 'The Fall of Phaeton,' (1606/1608) (Bron 7) en 'Battle of the Amazons,' (1615-1617) (Bron 8), waarin dit duidelijk zichtbaar is.

The Fall of Phaeton P.P. Rubens (1606/1608) Jan G. Marque
The Fall of Phaeton, P.P. Rubens (1606/1608) (bron 7).

Battle of the Amazons Pieter Paul Rubens Jan G. Marque
Battle of the Amazons, P.P. Rubens (1615-1617) (bron 8).

Door nu deze beweging in de composities van oude meesters, waaronder Rubens, te onderzoeken, wordt het mogelijk zelf te gaan experimenteren. Zo kan ik kijken in hoeverre ik binnen de compositie van een eigen clair-obscur landschap een groep figuren en objecten als beeldsymbolen in beweging kan ontwerpen en inpassen. Iets wat ik vooralsnog niet gedaan heb.
Het gaat bij dit onderzoek niet om kopiëren, maar om puur de beweging te doorgronden.


Terug naar inhoudsopgave




2.3.4 Verder praktisch onderzoek en experiment

Mijn geschilderde landschappen zijn altijd evenwichtig van kleur. Zo ook mijn nieuwste clair-obscur landschappen. Om ook beeldend, schilderkundig, een nieuwe impuls te geven aan de kunstvorm filosofisch realisme, wil ik onderzoek doen naar de invloed van complementerende- kleuren en lichtsferen op mijn landschapschilderkunst.
Men kan daarbij denken aan de opzet van praktische experimenten die uitgaan van een soort complementair kleurenpalet, waar bijvoorbeeld helder oranje gekleurde beeldsymbolen sterk afsteken tegen de bijvoorbeeld grijsblauwe tinten van een clair-obscur landschap. Door tijdens de praktische experimenten de samenhang te bepalen van de helderheid, contrast en kleurencombinatie van beeldsymbolen binnen het clair-obscur landschap, kan worden gekeken welke combinaties het meest geschikt zijn om eventueel te gebruiken.
Daarnaast zijn de composities van mijn landschappen op dit moment harmonisch en symmetrisch. Dit werkt mee aan een evenwichtige voorstelling die de aanschouwer op het eerste gezicht bekend kan voorkomen, een landschap waar hij bij wijze van spreken gisteren nog in gewandeld zou kunnen hebben.
Ik wil onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om binnen het beeldend aspect van het landschap, het schilderij, de harmonie en symmetrie van de compositie los te laten en om tegelijkertijd de grenzen van het clair-obscur op te zoeken. Dit geldt zowel voor de beeldsymboliek als het landschap zelf.

Het doel van deze experimenten is om het door de aanschouwer laten betreden van 'het onbekende,' zoals beschreven in punt 1.8, binnen de kunstvorm nog meer kracht bij te zetten. Op deze manier wordt het mogelijk om, als het onderwerp daarom vraagt, de beeldsymboliek die verwijst naar het onderwerp nog expressiever tot uiting te laten komen.

De voorgestelde praktische experimenten en onderzoek, beschreven in punt 2.3, vormen de visuele basis voor het eindkunstwerk van het PhdArts-programma.


Terug naar inhoudsopgave




2.4 Andere interessante vragen in relatie tot mijn werk die ik zou willen onderzoeken voor eventuele artikelen

Naast het theoretisch en praktisch onderzoek wil ik kijken of er ruimte gevonden kan worden om antwoorden te zoeken op een aantal andere interessante vragen die betrekking hebben op landschapschilderkunst. Een genre waar ik op dit moment veel gebruik van maak voor filosofisch realistische kunstwerken. De uitkomsten hiervan zullen een mooie aanvulling vormen voor het onderzoek en een bron zijn voor eventuele artikelen.


Terug naar inhoudsopgave




2.4.1 Pentimenti in het werk van B.C. Koekkoek (1803-1862)

Laten de vele pentimenti in de schilderijen van B.C. Koekkoek (1803-1862) meer zien dan alleen zijn schilderprocedure? Zijn het bijvoorbeeld vaak te gehaaste composities omdat het werk af moest? Of wellicht dat het constante herhalen van opzetten tot een trucje werd?
Daarnaast is er de vraag of dit eventuele 'trucje' hem belette om zijn stijl verder te ontwikkelen? Dit is af te leiden uit één van zijn latere schilderijen Eikenbos, uit 1856 (Bron 9). De vele pentimenti in dit schilderij laten namelijk zien dat Koekkoek de ingewikkelde compositie van de stoffage veelvuldig heeft gecorrigeerd.

Eikenbos B.C. Koekkoek (1803-1862)Jan G. Marque
Eikenbos, B.C. Koekkoek, 134x157cm 1856, Museum Boijmans Van Beuningen (bron 9).

Het is opmerkelijk te noemen dat Koekkoek in zijn gehele oeuvre het concept van zijn luchten bijna onveranderd en onberoerd laat, zo ook in dit schilderij, maar dat hij naarmate hij ouder wordt zijn composities steeds ingewikkelder maakt en in zijn stoffage steeds donkerder tonen begint toe te passen. Alsof de stoffage zich ontwikkelt en de lucht vanaf het begin van zijn carrière blijft steken in een vooropgesteld concept. Het gevolg is dat toen Koekkoek eenmaal toegekomen was aan dit schilderij, hij de lucht als het ware te licht en zonder nuances geschilderd heeft ten opzichte van de stoffage op de voorgrond. Een evenwichtige spanning in het schilderij, die hij als schilder zeker voor ogen moet hebben gehad, is zo niet meer te verwezenlijken.
De lucht en stoffage tezamen vormen normaal een eenheid. In dit schilderij zijn ze al aan het begin van de opzet van de compositie van elkaar gescheiden, met een resultaat als Eikenbos tot gevolg. Een werkwijze die een algehele ontwikkeling ruimschoots in de weg zou zitten.

Wat in ieder geval blijkt uit de vele pentimenti in de schilderijen van B.C. Koekkoek, is het feit dat deze talentvolle schilder in te veel gevallen van zijn werk pas begon te zoeken naar wat hij eigenlijk wilde doen, nadat hij de compositie al te ver opgezet had.


Terug naar inhoudsopgave




2.4.2 De stijl van een schilder en het atmosferisch perspectief in zijn landschapschilderijen.

Het is zeer interessant om het effect van de gebruikte verf en lagenopbouw van de verf, de materiaalbeheersing in landschapschilderijen, in relatie tot stijl en in het bijzonder het atmosferisch perspectief, te onderzoeken.

Hieronder twee duidelijke voorbeelden, een landschap van Jan Breughel I uit 1605 Latona en de Lycische boeren (Bron 10), en een landschap van B.C. Koekkoek uit 1849 Boslandschap (Bron 11). Het linker gedeelte van beide schilderijen kent dezelfde technische compositieopbouw, maar in grotere afbeeldingen is een significant verschil in dieptewerking te zien.
Door dit onderzoek kan inzicht worden verkregen in de stijl en materiaalbeheersing van de genoemde kunstschilders, maar kan tevens worden toegepast op andere schilders en hun werk.

Latona en de Lycische boeren, Jan Brueghel I, ca. 1605
Latona en de Lycische boeren, Jan Brueghel I, ca. 1605 (bron 10).

Boslandschap, B.C. Koekkoek, 1849
Boslandschap, B.C. Koekkoek, 1849 (bron 11).


Terug naar inhoudsopgave




2.4.3 De vervaging van kleuren en de kleurkracht van anorganische pigmenten.

De gebruikte kleuren in schilderijen vervagen met de jaren. Daarnaast zijn hedendaagse anorganische pigmenten veel kleurkrachtiger dan organische pigmenten.
Het volgende experiment kan een interessant kijk geven hoe de schilderijen van vroegere landschapschilders er vandaag de dag uit zouden zien waarmee men suggereert "met gouden licht" te hebben geschilderd. Zonder de originele kleurvervaging, of als datzelfde schilderij met hedendaagse anorganische pigmenten geschilderd zou zijn.
Nemen we als voorbeeld Landscape with an imaginary view of Tivoli, van Claude Lorrain uit 1642 (Bron 12). Het is aannemelijk, ongeacht of dit schilderij met organische- of anorganische pigmenten is geschilderd, dat de kleuren vervaagd zijn.

Latona en de Lycische boeren, Jan Brueghel I, ca. 1605
Landscape with an imaginary view of Tivoli,Claude Lorrain, 1642 (bron 12).

Boslandschap, B.C. Koekkoek, 1849
Lichtstudie Beginnend Avondrood Jan G. Marque, 2010.

Het voorbeeld rechts is een lichtstudie van een nog te maken landschap dat ik in 2010 gemaakt heb met anorganische pigmenten. De kleurkracht van de pigmenten is evident.
Door nu twee kopieën te maken van een origineel schilderij van Claude Lorrain, bijvoorbeeld Landscape with an imaginary view of Tivoli, één schilderij met de pigmenten die in de tijd van Lorrain gangbaar waren en één met hedendaagse anorganische pigmenten, is het mogelijk de verschillen in kleurkracht te bekijken. Deze verschillen vormen de uitkomst van dit onderzoek.


Terug naar inhoudsopgave




2.5 Conclusie

Met mijn exposities, lezingen en publicaties ga ik een relatie aan met de buitenwereld en stel ik mijn kunst ter discussie. Daarmee hoop ik de ontwikkeling van mijn kunstvorm gaande te houden en steeds een nieuwe manier van denken en werken te vinden. De methode van de kunstvorm filosofisch realisme is origineel en zorgt door zijn opzet voor communicatief inhoudelijke kunstwerken. Ieder kunstwerk dat voortvloeit uit de methode van de kunstvorm kan zich kwalificeren als reflectieve hedendaagse kunst en is daarmee maatschappelijk relevant.
Daarnaast geeft de kunstvorm aansluiting aan de markt om als cultureel ondernemer een product aan te kunnen bieden wat een breder publiek aanspreekt.

De kunstvorm is een methode, maar geen methode om kant en klare kunst te produceren. Het is niet verklarend en is ook geen manifest dat kan worden uitgesproken als een soort statement. Filosofisch realisme is wat het in de kern altijd geweest is, een ontwikkeling om met klassieke middelen een hedendaags reflectief kunstwerk te produceren. Het is daarmee een meerwaarde voor de academische gemeenschap en voor de wereld van kunst en cultuur.

De uitkomsten van de in dit onderzoeksvoorstel beschreven onderzoek zullen nieuwe inzichten bieden voor zowel mijn eigen werk, als ook voor de kunst in bredere zin. Het zal genoeg invalshoeken bieden en ervaring opleveren, om samen met de praktische experimenten een nieuw kunstwerk te produceren dat als schriftelijk en beeldend reflectief eindproduct kan dienen. Tevens zal dit onderzoek bijdragen aan de kennis over kunst en het internationale discours op het gebied van onderzoek.


Terug naar inhoudsopgave




2.6 Referenties en bronnen

  1. phdarts.eu. Home page
    Geraadpleegd: 18-10-2016
    https://www.phdarts.eu/Index
  2. kunst-en-cultuur.infonu.nl. "Emblematiek: zinnebeelden." Home page
    Geraadpleegd: 26-10-2016
    http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/diversen/44584-emblematiek-zinnebeelden.html
  3. Static.digischool.nl. "Emblemen." [2014] Home page
    Geraadpleegd: 26-10-2016
    http://static.digischool.nl/ckv2/burger/burger17de/emblemen.htm
  4. Porteman, K. Dr. Inleiding tot de Nederlandse emblemaliteratuur.
    Groningen: Wolters-Noordhoff, 1977
  5. Kunst-postmodernisme.blogspot.nl. "Conceptuele-kunst." Home page
    Geraadpleegd: 26-10-2016
    http://kunst-postmodernisme.blogspot.nl/p/conceptuele-kunst.html
  6. Kunstgeschiedenis.jouwweb.nl. "Moderne-beeldende-kunst/conceptuele-kunst." [2012 - 2016] Home page
    Geraadpleegd: 26-10-2016
    http://kunstgeschiedenis.jouwweb.nl/moderne-beeldende-kunst/conceptuele-kunst
  7. The Fall of Phaeton, Rubens P.P. 98.4 cm x 131.2 cm, (1606/1608),
    Museum National Gallery of Art, Washington, D.C. USA [Online afbeelding].
    Gedownload op 24 oktober 2016, van https://en.wikipedia.org/wiki/The_Fall_of_Phaeton_(Rubens)
  8. Battle of the Amazons, Rubens P.P. 121 x 165.5 cm (1615/1617),
    Museum Alte Pinakothek, Munchen, Duitsland [Online afbeelding].
    Gedownload op 24 oktober 2016, van http://www.peterpaulrubens.net/battle-of-the-amazons.jsp
  9. Eikenbos, Koekkoek, B.C. 134x157cm, (1856), Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam [Online afbeelding].
    Gedownload op 24 oktober 2016, van https://www.vn.nl/hoewel-tegen-de-algehele-vluchtigheid-neemt-ton-lemaire-ook-wel-eens-de-auto/
  10. Latona en de Lycische boeren, (1595-1610), Jan Brueghel I, 37 x 56 cm,
    Rijksmuseum, Amsterdam [Online afbeelding].
    Gedownload op 24 oktober 2016, van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Jan_Brueghel_-_Latona_en_de_Lycische_boeren.jpg
  11. Boslandschap, (1849), B.C. Koekkoek, [Online afbeelding].
    Gedownload op 24 oktober 2016, van https://nl.pinterest.com/ehok25/art-koekkoek-familie/
  12. Landscape with an imaginary view of Tivoli, (1642),' Claude Lorrain, 21.6 x 25.7 cm, Samuel Courtauld Trust, The Courtauld Gallery, London, UK [Online afbeelding].
    Gedownload op 24 oktober 2016, van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Jan_Brueghel_-_Latona_en_de_Lycische_boeren.jpg


Terug naar inhoudsopgave




2.7 - PDF Download Portfolio Filosofisch Realisme Jan G. Marque


Download J. Tavenraats over B.C. Koekkoeks schilderprocedure.pdf

 

Hier kunt u de begeleidende portfolio vinden voor dit onderzoeksvoorstel van het filosofisch realisme van Jan G. Marque.

Klik op de button "Download File" hiernaast om het bestand te downloaden.


Terug naar inhoudsopgave





Hier kunt u Acrobat Reader gratis downloaden.

Download gratis Adobe Acrobat Reader